demo-toets

Hieronder vind je een ‘demo-toets’ met 70 vragen. De taaltoetsen die bij hbo- en universitaire opleidingen worden gebruikt, zullen verschillen. Bijna altijd neemt het onderdeel werkwoordsspelling een belangrijke plaats in. Uit contacten met vakcollega’s van verschillende opleidingen hebben wij wel een beeld van wat en hoe er zoal wordt gevraagd.

Uit vragen aan collega’s voor andere vakken hebben wij ook een duidelijk beeld van hun ergernissen over de ‘taalkundige verzorging’ van verslagen en werkstukken van studenten.

De toets hieronder is gebaseerd op de toets die wordt gebruikt voor de pabo, met enige aanpassing voor meer algemeen gebruik. In de meeste toetsen voor andere opleidingen zul je geen vragen over zinsdelen en woordsoorten aantreffen, maar de zinsdelen en woordsoorten in deze ‘demo-toets’ vormen de belangrijke basiskennis voor de werkwoordsspelling en de correcte zinsbouw, vandaar toch ook een (bescheiden) aantal vragen daarover.

onderdeel werkwoordsspelling
1. De (vermelden) gegevens bleken niet meer actueel.
2. Zo'n opleiding (bieden) je goede kansen.
3. Die informatie (vinden) je niet op de website.
4. Hij (rijden) bij die snelheidscontrole veel te hard.
5. Dat klopte niet met de gegevens die hij (vermelden) had.
6. (Besteden) voldoende tijd aan de voorbereiding van je presentatie.
7. Er wordt soms illegaal olie op zee (lozen).
8. De eind 19e eeuw (verzanden) haven was niet meer toegankelijk voor vissersschepen.
9. (Houden) je die gegevens allemaal bij?
10. De (ontvluchten) gevangenen werden snel weer opgepakt.
11. Die informatie stond niet op de site (vermelden).
12. (Vermijden) dat soort vage woorden.
13. Hij (proeven) gisteren verschillende gerechten.
14. Je (vinden) daar veel nuttige informatie.
15. Hij kon die vraag toen niet (beantwoorden).
16. (Melden) u bij de receptie.
17. Hij (trachten) toen die fout snel te herstellen.
18. Ik heb het liefst vers (bakken) brood.
19. Hij (verrassen) ons gisteren met een cadeau.
20. Die man (houden) je altijd lang aan de praat.
21. Je ziet wel vaker dat het weer snel (veranderen).
22. Hij heeft de vloer met een borstel (schoonschrobben).
23. Hij doet niet altijd wat hij (beloven) heeft.
24. Het is belangrijk dat je de bron nauwkeurig (vermelden).
25. (Vinden) u dat een moeilijke vraag?

 

In de oefeningen bij de e-learning is de uitleg uiteraard (veel) uitgebreider!

De correcte spelling van de werkwoordsvormen getuigt naast kennis van regels ook van grammaticaal inzicht. Grammaticaal inzicht is onder andere belangrijk voor een correcte zinsbouw. In veel taaltoetsen is dit onderdeel daarom breed opgenomen en wordt er meestal grote waarde aan toegekend.

spellingcontrole bij Word
26. De meeste fouten in de spelling van het Nederlands worden gemaakt in het aaneenschrijven van samengestelde woorden. De spellingcorrectie signaleert deze fouten
27. Je typt: De prijs van benzine veranderd snel. De spellingcorrectie signaleert
28. Je typt 'har' in plaats van 'haar'. De spellingcorrectie signaleert

 

onderdeel overige spelling
29. Kies de juiste spelling:
30. Kies de juiste spelling:
31. Kies de juiste spelling:
32. Kies de juiste spelling:
33. Kies de juiste spelling:
34. Kies de juiste spelling:
35. Kies de juiste spelling:
36. Kies de juiste spelling:
37. Kies de juiste spelling:
38. Kies de juiste spelling:
onderdeel leestekens
39. Begin tijdig met de voorbereiding _ het is veel leerstof.
Op de plaats van _ past het best een
40. Voor een moestuintje voor kinderen zijn snelle groeiers het meest geschikt _ radijs, sla en raapstelen. Bij _ past een
41. Ik vraag me af hoe hij zoiets voor elkaar krijgt _
Op plaats van _ komt een
42. ''Ik breng het straks wel even'': zei zij toen.
Het gebruik van leestekens is hier
43. Je kon van alles kiezen _ water, thee, koffie, frisdrank, bier en wijn. Bij _ komt een
44. Zij dacht: ''Ik had dat beter niet kunnen zeggen.''
Het gebruik van leestekens is hier
45. Een jongen die zoiets zegt _ moet je niet vertrouwen.
Op de plaats van _ komt
46. “Dat is onzin (1)” (2) riep hij. In deze zin komt
47. Er zijn vijf bewoonde Nederlandse Waddeneilanden_ Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Op de plaats van _ komt een
48. Hij zei: ''Zal ik het morgen even brengen?'' Het gebruik van leestekens is hier

 

Het gebruik van leestekens wordt niet altijd uitvoerig behandeld in het voortgezet onderwijs (men vindt het vaak een lastig onderdeel). Toch is het onmisbaar voor het goed en prettig leesbaar maken van teksten, o.a. van de werkstukken en verslagen tijdens je studie!

onderdeel zinsdelen
49. Hij is toen heel kwaad geworden.
'heel kwaad' is
50. Zo'n som kun je gemakkelijk maken.
'Zo'n som' is
51. Waar wordt dat eigenlijk vermeld?
'Waar' is
52. Ons hebben ze dat toen niet verteld. 'Ons' is
53. Dat meisje is de beste van de klas. 'de beste van de klas' is
54. Wie heeft je dat verteld? 'Wie' is

 

Voor velen zijn de zinsdelen en de woordsoorten stof van ‘lang geleden’ (en sommige studenten beweren delen daarvan nooit geleerd te hebben). Onder andere voor de werkwoordsspelling en de analyse en verbetering van de zinsbouw heb je die kennis nodig.

onderdeel woordsoorten
55. Je zult al die hoofdstukken moeten bestuderen.
'moeten' is
56. Het antwoord dat hij gaf, maakte een domme indruk.
'dat' is
57. Ik heb me toen vergist.
'me' is
58. Dat hij ook zou komen, wist ik niet. 'Dat' is
59. Is dat een vriend van jou? 'jou' is
60. Dat restaurant is naast het station. 'naast' is
onderdeel ‘formuleren’

Bij dit onderdeel gaat het niet om de spelling en het gebruik van leestekens. Het gaat vooral om fouten in woordkeus en zinsbouw en om stijlfouten (o.a. pleonasme en contaminatie).

61. Ik hoorde dat hun ook komen.
Deze zin is
62. Zij is volgens mij een jaar ouder dan jij.
Deze zin is
63. Zij besefte zich dat toen helemaal niet.
Deze zin bevat
64. De helft van de leerlingen was al snel klaar.
Deze zin bevat
65. Dat is een meisje die altijd erg behulpzaam is.
Deze zin bevat
66. Men wil de capaciteit zo optimaal mogelijk benutten.
Deze zin bevat
67. Voor die maatregel zullen wel goede reden zijn.
Deze zin bevat
68. Ik irriteerde me aan zijn gedrag.
Deze zin bevat
69. De omzet van dat bedrijf is vorig jaar flink groter gegroeid.
Deze zin bevat
70. Ik kon me dat toen niet zo goed herinneren.
Deze zin bevat

 

Als je geen of hoogstens enkele fouten hebt gemaakt, zul je een taaltoets vrijwel zeker zonder verdere voorbereiding met een voldoende resultaat kunnen maken. Als je meer fouten hebt gemaakt, raden wij je tijdige voorbereiding aan.

Deze demo-toets is een gratis service om je snel een indruk te geven van de eisen, maar is natuurlijk slechts zelden voldoende als voorbereiding op de toets!

Wij bieden efficiënt en flexibel studeren: professionele e-learning met helpdesk.

Het tarief voor studenten: 19 euro …

(voor alle duidelijkheid: éénmalig €  19 voor 6 maanden gebruik: e-learning + helpdesk)

Langer gebruiken kan ook.

Ons pakket e-learning voor de pabo wordt inmiddels gebruikt door studenten voltijd, deeltijd en zij-instroom van diverse hogescholen. Omdat ook voor andere opleidingen belangstelling bleek te zijn voor dat pakket, hebben wij een aangepast, meer algemeen pakket gemaakt, waaraan nog vrij veel theorie voor schrijfvaardigheid is toegevoegd.